van 的个人资料"van Klein Hoog en Wel"照片日志列表 工具 帮助

日志


Uitleg over show resultaten (in Nederland)

Jeugdkampioen

Nederlands Jeugdkampioen (per 1 januari 2006)

Om het tentoonstellingsbezoek voor jeugdhonden te stimuleren wordt per 1 januari 2006 de titel "Nederlands Jeugdkampioen", afgekort tot "NJK" ingesteld. Deze titel mag bij inschrijvingen meegenomen worden en kan op de stamboom van eventuele nakomelingen vermeld worden.

De titel Nederlands Jeugdkampioen kan worden verleend aan honden die in de jeugdklasse op een Nederlandse CAC en/of CACIB tentoonstelling of Kampioenschapclubmatch drie maal een 1ste plaats met de kwalificatie "Uitmuntend" behaald hebben, onder minimaal twee verschillende keurmeesters. Uitsluitend resultaten behaald vanaf 1 januari 2006 tellen mee. 

Bij het behalen en registreren van de titel Nederlands Jeugdkampioen ontvangt de hond automatisch één CAC. De mogelijkheid om vanuit de jeugdklasse een CAC te verwerven blijft gewoon gehandhaafd conform de huidige regels in het KR.  

De Raad van Beheer stelt een oorkonde beschikbaar. De kosten voor registratie van de titel en van het CAC en productie en versturen van de oorkonde bedragen € 30,60 (tarief 2007).

Voor de registratie van de titel en het toezenden van de oorkonde dient de eigenaar het volgende in te sturen:                                                       Een aanvraag in te dienen bij de Raad van Beheer;                                                                                                                                                                  Kopiëen bijvoegen van de drie keurverslagen met kwalificatie en plaatsing met vermelding van data tentoonstellingen/ Kampioenschapsclubmatch en naam keurmeesters;                                                                                                                                                                Kopie van de stamboom;                                                                                                                                                                    Naam en adres van de eigenaar (dit dient overeen te komen met de registratiegegevens/ stamboom).                                                         NB er worden geen Jeugdkampioenschapskaarten uitgedeeld bij het behalen van de 1U plaatsingen in de Jeugdklasse.

 

Veteranenkampioen   

Nederlands Veteranenkampioen (per 1 januari 2006)

Om het tentoonstellingsbezoek voor veteranenhonden te stimuleren wordt per 1 januari 2006 de titel "Nederlands Veteranenkampioen", afgekort tot "NVK" ingesteld. Deze titel mag bij inschrijvingen meegenomen worden en kan op de stamboom van eventuele nakomelingen vermeld worden.

De titel Nederlands Veteranenkampioen kan worden verleend aan honden die in de veteranenklasse op een Nederlandse CAC en/of CACIB tentoonstelling of Kampioenschapclubmatch drie maal een 1ste plaats met de kwalificatie "Uitmuntend" behaald hebben, onder minimaal twee verschillende keurmeesters. Uitsluitend resultaten behaald vanaf 1 januari 2006 tellen mee.  

De Raad van Beheer stelt een oorkonde beschikbaar. De kosten voor registratie van de titel en productie en versturen van de oorkonde bedragen € 30,60 (tarief 2007).

Voor de registratie van de titel en het toezenden van de oorkonde dient de eigenaar het volgende in te sturen:                                                       Een aanvraag in te dienen bij de Raad van Beheer;                                                                                                                                                                    Kopieen bijvoegen van de drie keurverslagen met kwalificatie en plaatsing met vermelding van data tentoonstellingen/ Kampioenschapsclubmatch en naam keurmeesters;                                                                                                                              Kopie van de stamboom;                                                                                                                                                                                                                                                      Naam en adres van de eigenaar (dit dient overeen te komen met de registratiegegevens/ stamboom).                                                                        NB Er worden geen Veteranenkampioenskaarten uitgedeeld bij de 1U plaatsingen in de Veteranenklasse.  

 

Nederlands Kampioen

Hoe wordt een hond Nederlands kampioen?

De hond moet:                                                                                                                                                                                                                                              vier Nederlandse kampioenschapsprijzen (CAC) hebben behaald, deze moeten zijn toegekend door tenminste twee verschillende keurmeesters                                                                                                                                                                                                                                                     op de dag van het behalen van het laatste CAC moet de hond 27 maanden of ouder zijn; heeft de hond al voldoende CAC's behaald voor die   leeftijd dan volstaat een reserve op of na 27 maanden. 

Een CAC (Certificat d'Aptitute au Championnat = Certificaat van Geschiktheid voor het Kampioenschap) wordt door de keurmeester op de daarvoor aangewezen tentoonstellingen en kampioenschapclubmatches toegekend aan de beste reu en de beste teef van het ras, mits deze is gewaardeerd met de kwalificatie Uitmuntend

Om voor het CAC in aanmerking te komen moet de hond tevens met tenminste één generatie in een erkend hondenstamboek zijn ingeschreven. 

Is de beste reu of teef al Nederlands Kampioen, dan schuift het CAC onder dezelfde condities door naar de hond die is aangewezen voor het reserve CAC. 

Mogelijkheden voor de opbouw van het totaal van 4 CAC's ("punten"): 

Als één punt telt:                                                                                                                                                                                                                                        een kampioenschapsprijs op een tentoonstelling 

een reserve kampioenschapsprijs op kampioenschapsclubmatch indien tenminste 20 honden van het desbetreffende ras, onderscheidenlijk de desbetreffende variëteitsgroep, zijn ingeschreven, en tenminste 16 honden aan de keuringen deelnemen, inschrijvingen in een        eventuele puppyklas niet meegerekend.  

en  vier of meer reserve-kampioenschapsprijzen op tentoonstellingen. 

Als twee punten tellen:                                                                                                                                                                                                                                                                            een kampioenschapsprijs van de Winnertentoonstelling in Amsterdam; of  een kampioenschapsprijs behaald op een kampioenschapsclubmatch indien tenminste 20 honden van het desbetreffende ras, onderscheidenlijk de desbetreffende variëteitsgroep, zijn ingeschreven, en tenminste 16 honden aan de keuringen deelnemen, inschrijvingen in een eventuele puppyklas niet meegerekend. 

Slechts één van de twee kan bij een hond als twee "punten" meetellen. Indien u dus én een Winner én een kampioenschapsclubmatch (volgens de voorwaarden) kampionschapsprijs wint, heeft u in totaal 3 "punten". 

De hond moet verder op naam van de juiste eigenaar én op het juiste adres staan geregistreerd. In Nederland wonende honden afkomstig uit het buitenland moeten zijn opgenomen in het Nederlands Hondenstamboek (NHSB). 

Aanvragen Kampioenstitel

Voor in het Nederlandse NHSB ingeschreven honden ontvangt u, in principe, automatisch bericht zodra u definitief Nederlands Kampioen bent geworden. Let op dat bij voldoende (reserve) CAC's u dus nog moet wachten tot uw hond ook aan de eis van het laatste (reserve) CAC op of na 27 maanden voldoet. 

Heeft u 2 maanden na uw laatste benodigde (reserve) kampioensprijs nog geen bericht ontvangen neemt u dan contact met ons op via info@kennelclub.nl

Voor niet in het NHSB ingeschreven honden dient u de Nederlandse Kampioenstitel zelf aan te vragen. 

Stuurt u daartoe als eigenaar een brief met uw naam, adresgegevens en de gegevens van de hond op met het verzoek tot toekenning van de Nederlandse Kampioenstitel.  

 

Hoe zit het met het doorschuiven van het CAC? 

Als de hond die het CAC wint op een tentoonstelling al Nederlands Kampioen is, dan wordt het CAC (administratief) toegerekend aan de hond die het reserve-CAC heeft gewonnen.

Deze regel geldt ook voor het dubbele tellende CAC van de kampioenschapsclubmatch en de Winner.                                                         In dat geval schuift het dubbele CAC door.
Het reserve-CAC vervalt dan.

In de ring worden er géén andere papieren verwisseld, de Nederlands Kampioen krijgt dus gewoon de gewonnen CAC kaart mee.
Maar later op het bureau van de Raad wordt er een CAC genoteerd bij de reserve-CAC winnaar.
 
 

 

Hoe wordt een hond Internationaal Kampioen? 

Om Internationaal Schoonheidskampioen te worden moet de hond in drie landen onder drie verschillende keurmeesters in totaal vier maal een CACIB-certificaat hebben gewonnen.

De regel dat één daarvan in het land van vestiging of van oorsprong moet zijn is komen te vervallen.


Voor honden die aan werkproeven zijn onderworpen (jacht- en gebruikshondenrassen) geldt echter een andere regel:
Twee CACIB-certificaten in twee landen onder twee verschillende keurmeesters én bovendien een eerste, tweede of derde prijs of een kwalificatie "goed" op een nationale veldwedstrijd of werkwedstrijd.


Voor alle honden geldt, dat tussen het eerste en het laatste CACIB een tijdsvak moet liggen van tenminste twaalf maanden.


CACIB's kunnen op een tentoonstelling worden gewonnen in de open klas, gebruikshondenklas en kampioensklas, alsmede in de klas van 15-24 maanden, als die op de tentoonstelling is opengesteld.

Een CACIB kan worden toegekend (de keurmeester is daartoe niet verplicht) aan de beste reu en de beste teef van het ras, mits gekwalificeerd met Uitmuntend, ingeschreven in het NHSB of een erkend buitenlands stamboek, en mits de hond dus ouder is dan vijftien maanden.


Als de hond aan de vereisten heeft voldaan, kan het internationaal kampioenschap door de eigenaar worden aangevraagd bij de Raad van Beheer (let op: dus niet bij de FCI).

Daarvoor, bij de brief waarin om toekenning van de titel wordt verzocht, een kopie van de stamboom bijsluiten en kopieën van alle bewijsstukken, zoals de CACIB-kaartjes en eventueel keurverslagen, en de uitslag van de werkproef bij de jacht- en gebruikshondenrassen (met als het om een buitenlandse proef gaat eventueel een bevestiging van de betreffende Kennel Club).


Ook bij het CACIB gelden de regels voor het "doorschuiven" van het CACIB als de hond die het CACIB ontvangt reeds Internationaal Kampioen is.

 

Toelaten loopse teven (per 27 juni 2005)

Vanaf 27-06-2005 moeten loopse teven toegelaten worden op exposities (dus uitsluitend Tentoonstellingen, Kampioenschapclubmatches en Clubmatches). 

De aanpassing in het Kynologisch Reglement (KR) hiervoor volgt formeel op een latere datum. Door de Algemene Vergadering is ontheffing verleend zodat dit besluit vanaf publicatie in kan gaan. 

Er volgt nog overleg over deelname van loopse teven aan windhondenrennen, coursing, veldwedstrijden en werkhondenproeven e.d. in verband met de mogelijkheid van het tegelijkertijd onaangelijnd zijn van reuen en teven en in verband met mogelijke beïnvloeding van de wedstrijd/proef door de aanwezigheid van loopse teven.

De organiserende verenigingen dienen er zelf voor te zorgen dat zij dit besluit vooraf kenbaar maken aan de dienstdoende veterinaire dienst tijdens de expositie. 

 

Toelaten honden met geamputeerde staart

Toelaten honden met geamputeerde staart (per 1 juni 2005)

In de vergadering van 27 april 2005 is er besloten per 1 juni 2005 honden met geamputeerde (gecoupeerde) staarten op door de Raad van Beheer erkende evenementen toe te laten, mits deze amputatie (het couperen) aantoonbaar het gevolg is van een medische noodzaak. 

De evenementen betreffen onder andere exposities, clubmatches, jonge honden dagen, wedstrijden voor jachthonden en gebruikshonden, (gedrags)testen en proeven voor jachthonden en gebruikshonden, behendigheidswedstrijden, gehoorzaamheidswedstrijden en examens. 

De verklaring van de noodzakelijke amputatie dient door een in Nederland praktiserende dierenarts schriftelijk in het Europees Dierenpaspoort te zijn vastgelegd. Hiervoor kan de pagina ‘operaties’ gebruikt worden. De verklaring in het paspoort dient te zijn voorzien van de reden (medische indicatie) en datum van de amputatie, alsmede een stempel met duidelijke vermelding van naam, adres én een originele handtekening van de dierenarts. 

Wij wijzen u erop dat de Raad van Beheer de medische verklaringen niet controleert, tenzij er sprake is van twijfel en/of een vermoeden van misbruik en/of valsheid in geschrifte. Misbruik van deze regel wordt via de Raad van Beheer ter sanctionering aan het Tuchtcollege voorgelegd. 

Bovenstaande bepaling geldt ook voor buitenlandse honden die op Nederlandse evenementen worden ingeschreven. 

Bij deelname aan evenementen dienen de eigenaren van aan de staart geamputeerde honden in het bezit te zijn van de vereiste verklaring, zodat deze voorafgaand aan de deelname van de betreffende hond door het ringpersoneel gekeurd kan worden. 

Op de inschrijfformulieren voor evenementen zal er een apart artikel hierover in het reglement opgenomen worden en dient men bij inschrijving aan te geven of de hond al dan niet aan de staart geamputeerd is. 

 

Veel gestelde vragen (FAQ)

De uitleg op de meest gestelde vragen hebben wij hieronder puntgewijs voor u neergezet. 

Het CAC kan aan de hond uit alle klassen vergeven worden, behalve aan honden die ingeschreven staan in de Babyklas en Puppyklas. 

Het CACIB kan aan elke hond vergeven worden, behalve aan honden die ingeschreven staan in de Veteranenklas, Jeugdklas, Fokkersklas (deze klas is niet mogelijk op CAC en CACIB tentoonstellingen) Babyklas en Puppyklas. 

De “Beste van het ras” kan komen uit alle individuele klassen behalve uit de Babyklas en Puppyklas. 

In de Babyklas en Puppyklas kunnen alleen de volgende kwalificaties worden gegeven; “Veel Belovend”, “Belovend” of “Weinig Belovend”. Alleen de honden de “Veel Belovend” en beste van de klasse worden, dingen mee naar een eventuele “Beste Pup” of “Beste Baby” van de dag. 

Honden die een “Goed” of "Matig" behalen worden niet geplaatst. 

Het openstellen van een Kampioensklasse geldt alleen voor Kampioenschapsclubmatches en Clubmatches van rasverenigingen. Dus niet voor een Clubmatch georganiseerd door een Kynologenvereniging. Kampioenshonden mogen op een clubmatch van een    Kynologenvereniging uiteraard wel in andere klassen worden ingeschreven. 

Inschrijven in de Kampioensklasse op een Kampioenschapsclubmatch is niet verplicht. Kampioenshonden mogen ook in andere klassen inschrijven. 

 

Titel Clubwinnaar (per 1 januari 2006)

De titel "Clubwinner met jaartal", afgekort als CW met de laatste twee cijfers van het jaar, wordt m.i.v. 1 januari 2006 toegekend aan alle honden die beste van het ras zijn geworden op de door de vereniging georganiseerde kampioenschapsclubmatch. 

Volgens de oude regel was het zo dat als een rasvereniging de belangen van meerdere rassen vertegenwoordigde er op een clubmatch toch maar één hond (ras) clubwinnaar kon zijn. Dit terwijl er meerdere rassen waren ingeschreven met vaak dezelfde aantallen honden. De nieuwe regelgeving biedt gelijke kansen aan elk ras om de titel Clubwinnaar te behalen.   

  

Bron: Raad van Beheer  op Kynologisch Gebied in Nederland

http://www.kennelclub.nl/

Test of u geschikt bent voor een hond?

Test of u geschikt bent voor een hond?

Ga eens wandelen op straat met één arm zo ver mogelijk uitgestrekt. Probeer na
een aantal passen om je arm nog verder uit te strekken.  Zeg met een vriendelijke stem
een aantal keren het commando "volg".  Roep nu een aantal keren wat harder het commando "volg". Schreeuw nu een keer "stop nu eens met trekken". Negeer de blikken van de voorbijgangers!

Vergeet de luxe BMW maar en koop maar gelijk een stationwagon. Koop wat
koekjes en wat botjes. Stamp de koekjes fijn op de bekleding van de stoelen en ook in de achterbak. Gooi de botjes los in de auto. Ga naar de kapper en vraag daar of je het vloerafval van de afgelopen week mee mag nemen. Strooi dit in grote hoeveelheden in de auto over de bekleding. Maak nu met modder nog een paar mooie afdrukken op de bekleding. Maak nu met een hark nog wat krassen op de buitenkant van de auto. Zo, perfect!

Maak je klaar om weg te gaan. Probeer zo stilletjes mogelijk weg te sluipen. Loop tot
halverwege het tuinpad, kom dan terug. Probeer het vijf minuten later nog
eens. Ga maar weer terug. Zet de radio aan en maak kalmerende geluiden.
Probeer het nog eens. Ga maar weer terug en bel je vrienden maar op of ze
naar jou kunnen toekomen in plaats van jij naar hen!

Heeft u net de tuin zomerklaar, vraag dan of u buurkinderen in de tuin komen voetballen!

Oefen eens om op niet meer dan 1/8 van jouw stoel te zitten. Probeer verschillende manieren uit om een kopje met koffie op de leuning te laten balanceren. Probeer eens om stilletjes een koekje er bij te eten. Geef het maar op en strooi de rest van de kruimels over de zitting van de stoel!

Bind twee vorken aan de hondenriem en hang deze aan de deurknop. Probeer
meerdere malen om de riem stilletjes te pakken. Wanneer de vorken rinkelen, krab je
jezelf hard aan je scheen met de vorken. Herhaal deze procedure meerdere keren!

Herhaal alles wat je zegt tenminste 5x, herhaal alles wat je zegt minstens..................!

Als er visite binnenkomt, laat deze op de bank gaan zitten. Gooi gelijk een
zak met aardappelen van 20 kg op hun schoot en wrijf meerdere malen met een natte
spons in hun gezicht!

Ga eens oefenen om iets heel snel uit de ijskast te halen. Bedenk van tevoren wat je precies wilt hebben en waar het staat. Doe de deur open pak wat je wilt hebben en sluit gelijk de deur weer. Duurt dit langer dan 10 seconden, helaas dan ben je de inhoud van de koelkast voor een groot gedeelte kwijt!

Hoe wen je eraan hoe je huis eruit ziet als je aan het schoonmaken bent?
Begin met het zemen van de ramen. Zijn ze schoon?  Prima, maak nu je handen lekker vet en doe deze tegen de ramen. Herhaal dit minstens twee keer per dag.  Maak met een stofzuiger de
vloer schoon, pak daarna een pot met zand en strooi deze over de vloer heen. Maak de vloer weer schoon. Herhaal ook dit minstens twee keer per dag!

Ga eens op bezoek bij mensen die al een hond hebben en vraag hoe het in
godsnaam zover is gekomen dat ze toestaan dat hun hond af en toe zich zo
idioot gedraagt.
Vraag hoe ze het voor elkaar hebben gekregen dat de pup wat langer wil
slapen, hoe ze de pup zindelijk hebben gekregen. Hoe ze de hond tafel-
manieren hebben geleerd en hoe ze Überhaupt de hond manieren hebben geleerd.

Geniet er maar van. Het zal de laatste keer zijn dat u antwoord krijgt op al u vragen!

Om eens te ervaren hoe u nacht eruit ziet als u een hond heeft (de meeste honden slapen in bed),  ga dan om tien uur 's avonds naar bed. Zet de wekker op middernacht en gooi jezelf met geweld op de grond. Leg een zware zak aardappelen op het dekbed en probeer weer om onder de dekens te komen. Zet de wekker op half zes en sla net voor je wakker wordt jezelf in het gezicht met een natte spons!

Kun je tegen de rotzooi die een hond maakt? Om dat uit te vinden, probeer je het volgende:
Zorg eerst dat je heel je huis hebt schoongepoetst. Gooi een emmer met modder
over je net gedweilde keukenvloer. Smeer de rest van de modder aan de zijkant
van de keukenkastjes, van de koelkast en van de oven. Maak ook met modder
een paar voetstappen op de vloerbedekking in de woonkamer en in de hal. Steek
je vingers in een bloempot en veeg ze af aan de muur. Zo, hoe vind je dat het eruit ziet!

Heeft u na dit te hebben gelezen nog geen zenuwinzinking, neem dan gerust een hond.
                                

  Veel plezier met uw hond!

 

Lust u nog peultjes!

LUST U NOG PEULTJES!

In het kader van het feit dat de N.T.C. een reeks artikelen wil plaatsen over sterilisatie, heeft men mij benaderd om een bijdrage over dit onderwerp te leveren. In de negentiger jaren heb ik meerdere malen kopij aangedragen onder de titel "Lust u nog peultjes" en één daarvan had als onderwerp “Onnodige sterilisatie/castratie bij jonge honden”.

Dit artikel heeft destijds het nodige stof doen opwaaien in de vorm van enorm veel bijval en een handjevol negatieve reacties. Er bleek in ieder geval uit dat dit onderwerp ten zeerste leefde en heel veel vragen opleverde.

En dat ging hoofdzakelijk om het punt: doe ik er goed aan om mijn jonge gezonde hond te laten steriliseren of castreren?

Zodra de nieuwbakken eigenaar met een pup de wachtkamer van de dierenarts betrad, kreeg men maar al te vaak het advies om een teefje te later steriliseren of een reutje te later castreren, vooropgesteld dat men geen plannen had t.a.v. de fokkerij. Als argument werd aangedragen dat teefjes na sterilisatie minder last zouden hebben van baarmoederkanker, tepelkanker, schijndrachtigheid en nog een aantal akelige zaken. Reutjes zouden minder kans hebben op prostaatkanker, minder neiging hebben om achter loopse teefjes aan te gaan of overal hun geurvlagjes te planten. Dikwijls schrokken de argeloze eigenaren van al die vreselijke ziektes die hun pupjes zouden kunnen krijgen en lieten zo snel dat mogelijk was, hun dieren de bovengenoemde ingrepen ondergaan. ledereen heeft toch immers het beste met zijn hond voor?

Er werd in hoofdzaak gesproken over alle voordelen van deze operaties, maar praktisch niemand kaartte de problemen aan die kunnen ontstaan door (vroegtijdige) sterilisatie en castratie.

Welnu…………………………… we zetten deze meteen op een rijtje.

In de eerste plaats worden de honden voordat ze volwassen zijn, al "geholpen". We gaan ervan uit dat de meeste honden pas echt volwassen zijn als ze tussen de anderhalf en twee jaar oud zijn. Ze zijn dan wel qua lichaamsgrootte volgroeid, maar er zijn nog veel details – waaronder de vachtgroei - die pas later goed op gang komen. De vroegtijdige ingreep (bij teven vaak rond de vijfde maand, dus nog vóór de eerste loopsheid) houdt in dat er een enorme verstoring in de zich nog ontwikkelende hormonenhuishouding plaatsvindt. Het proces dat net op gang komt, wordt abrupt afgebroken met het gevolg dat de vachtgroei niet goed doorzet, de hond vaak infantiel gedrag vertoont en in een later stadium sloom en dik wordt. Het komt met een bepaalde regelmaat voor dat teefjes na de ingreep incontinentieklachten krijgen. Hier kan een tweede operatie uit voortvloeien.

Voorts ziet men dat de ontwikkeling van de vacht dusdanig wordt verstoord dat die totaal van structuur verandert. We zien dan ook regelmatig ruwharige teckels die heel zacht en overdreven veel pluishaar of krullen hebben gekregen. Bij langharige teckels zien we doffe vachten die eveneens vol pluishaar zitten en kortharen krijgen dikwijls last van haaruitval en de resterende vacht wordt ofwel stug of te zacht. De haarkleur wordt vaal en er ontstaan maar al te vaak huidaandoeningen. Bij sommige honden wordt het immuunsysteem verstoord waardoor er allerlei infecties kunnen ontstaan en de dieren uiterst vatbaar worden. Doordat de dieren bijna altijd - op een enkele uitzondering na - lui en sloom worden en bovendien vaak erg vraatzuchtig, raken ze in een vicieuze cirkel. Doordat ze geen zin meer hebben om te lopen, worden ze te dik. En doordat ze te dik worden, willen ze niet meer lopen. We gaan nog eens even terug naar het uitganspunt. U hebt een schattig teckelpupje tot huisgenoot gekozen. Het is een teefje en inderdaad ………… het blijkt lastig te zijn als ze loops wordt en u een tijdje op moet letten dat er geen opdringerige vrijers avances komen maken. Met de vlekken op het meubilair bent u niet blij en dat gepruts met een broekje aan een hondenkont is ook niet alles! Maar verdorie nog aan toe ……………

u hebt toch bewust voor een teef gekozen? Dan horen deze volstrekt natuurlijke zaken er gewoon bij. En het is ook vervelend als uw hond last blijkt te hebben van schijndrachtigheid, maar er zijn prima homeopathische middelen die de hond heel goed door deze periode heen kunnen helpen. Hetzelfde geldt voor reuen. Als er sprake is van overmatige geslachtsdrift, kan dit eveneens door middel van homeopathie in goede banen geleid worden. En heeft uw hond de neiging achter de meiden aan te gaan, zorg er dan simpel voor dat hij goed aangelijnd blijft. Agressie tegen andere reuen zal d.m.v. een consequente opvoeding in de hand gehouden moeten worden. Maar ook u hebt bewust gekozen voor een reu. Laat er dan geen zombie van maken en laat de dieren in hun waarde zoals ze van nature zijn! Fokkers kunnen terecht heel erg kwaad worden als ze bemerken dat hun fokproduct tot een onzijdige creatuur is gedegradeerd. Ze trachten hun dieren zo goed en verantwoord mogelijk te fokken zodat elke pup voldoet aan de gestelde raseisen.

Tegenwoordig zijn de pupkopers veelal goed op de hoogte van die eisen en letten dan ook op dat niet alleen hun toekomstige teefje gezond, volwaardig en schoon is, maar dat ook een reutje aan dezelfde standaard moet voldoen, inclusief het feit dat beide teelballetjes ingedaald zijn. Wat schetst dan des fokkers verontwaardiging als deze na korte tijd moet horen dat diezelfde reu al snel na de aankoop is ontdaan van zijn balletjes en dat het fraaie teefje met die optimale vacht is gesteriliseerd! Sommige fokkers weigeren een pup te verkopen aan mensen die meteen aankondigen hun hondje te laten "helpen". Voor de één goed en voor de ander moeilijk te begrijpen!

Als u een dierenliefhebber bent - en dat mogen wij toch aannemen - dan observeert u uw dier altijd zorgvuldig.

Bemerkt u dat uw hond zich lusteloos of apathisch gedraagt, geen eetlust meer heeft, te lang loops blijft of bepaalde ziekteverschijnselen vertoont, dan gaat u toch simpelweg naar de dierenarts?

Indien er onverhoopt iets aan de hand is, kan er nog altijd ingegrepen worden en behoeft het beslist niet te laat te zijn. Het spreekt vanzelf dat sterilisatie/castratie uit noodzaak dikwijls een verlossing kan zijn of zelfs levensreddend. Maar niet bij voorbaat zonder dat er een duidelijke oorzaak voor is en al helemaal niet bij een nog onvolgroeid en volmaakt gezond hondje. Bedenk dat u een levend wezen zijn/haar meest essentiële delen ontneemt en daarmee een ingrijpende verandering bewerkstelligt die mede bepalend is voor het gedrag en karakter. En dat heeft u als eigenaar in de hand!

 

Marjolein Velleman

Aaien, niet alleen een liefkozing

 

 

AAIEN, NIET ALLEEN EEN LIEFKOZING

 

Het aaien is een verbindingsteken tussen mens en dier. De één geeft graag een aai. De ander knort, spint of smelt van genoegen als hij ze krijgt. Het schijnt zelfs levensverlengend te werken, maar het is in ieder geval rustgevend. Met de draad mee streelt u met de hand de flank van uw hond. U aait zijn wervelkolom en de zachte haartjes tussen zijn ogen. U aait hem over de kop, achter en onder het oor, over de rug en schouders en streelt lieflijk zijn halsharen.

 

Maar betekent het aaien van de hond voor hem wel wat u denkt? De taal van de hond is beperkt. Lichaamstaal, dus ook aaien, is een belangrijk onderdeel van de hondentaal. In een wolvenroedel wordt hoofdzakelijk met lichaamstaal gecommuniceerd. Honden communiceren nog steeds op deze wijze. Het hangt van het betrokken lichaamsdeel af, hoe de hond uw aai interpreteert. Maar spreken uw handen hondentaal? Is uw taal zinvol en bevat deze geen tegenstrijdigheden? Door een dominante hond over het bovenste gedeelte van zijn lichaam te strelen, herinnert u hem aan uw vriendelijke autoriteit, zoals ook een hond hoger in rang zou doen in een roedel. Aait u de hond echter aan het onderste gedeelte van het lichaam dan doet u het gedrag na van een hond die spontaan zijn onderworpenheid aanvaart en is dat wel uw bedoeling?

 

WAT IS EEN AAI?

Uw hond ziet aaien niet alleen als de hand die door zijn vacht gaat, maar als een menselijke imitatie van signalen die honden gebruiken om te communiceren. Door de hond op de ene of de andere manier te aaien, spreken wij met hem. Vandaar dat het belangrijk is om hem niet zomaar wat te vertellen!

 

EEN AAI OP DE KOP OF SNUIT

Wanneer u met de hand de bovenkant van de kop en snuit van de hond aait, staat dat voor hem gelijk aan het opleggen van de poot, of het zachtjes overbijten van de snuit van een dominante roedelgenoot. De boodschap is duidelijk: u bent vriendelijk, doch u bent de baas. Deze stimulatie doet hem goed, want een hond weet graag wie de baas is, wie de onderwerpende is en dat iedereen duidelijk zijn plaats heeft binnen de roedel.

 

EEN AAI OP DE RUG

U bent nog steeds de baas, maar in een leuke bui. Het is te vergelijken met een dominante hond die een andere hond uitnodigt om te spelen, door een poot op de rug te leggen. Dat wil zeggen: "Oké, ik ben de baas, maar kom, we gaan spelen en ons uitleven." Het is normaal dat uw hond spontaan zal opspringen van vreugde. Hij denkt dat achter deze aai een wandeling, een spelletje of lekkere bak voer verborgen zit. Blijft dit telkens achterwege, dan zal de hond steeds gelatener op deze manier van aaien kunnen reageren. Een ranglagere hond die een poot wil plaatsen op een ranghogere hond geeft een uitnodiging tot spelen. Vaak wordt dit gedrag van de ranglagere direct gevolgd door een diep door de voorpoten gaan om direct te zeggen: haha, grapje! Spelen?

 

EEN AAI OP DE FLANK

Tussen honden betekent dit een contact zonder enige van vorm van agressie. De baas aait de flank en de hond vertaalt: "0, hij is de baas, maar hij is ook mijn beste vriend". Ook kan een aai op de flank uitnodigen tot spelen. Het zou heel goed kunnen zijn dat uw hond met een speeltje aan komt zetten om aan uw wens te voldoen.

 

HET AAIEN VAN DE NEK EN KIN

Hemels, of helemaal geweldig! U laat hem weten dat u hem net zo graag mag als een moeder haar puppies. Zij toont haar affectie door kleine kopknikjes en zachte likbeurtjes op deze plaats. Uw hond waardeert dit zo erg, dat hij zijn nek zal uitstrekken en u met smachtende blik zal aankijken. Toch kan de hond een aai over de hele onderkant van zijn lichaam als een licht onderdanig signaal opvatten. De hoogstgeplaatste hond in een roedel zal niet zo snel lichaamscontact voelen wat hoger komt dan zijn eigen flank.

 

HET AAIEN VAN LIPPEN EN MONDHOEKEN

Hiermee imiteert u onderdanig gedrag van een hond die lager in rang is ten opzichte van de dominante hond of het bedelgedrag van een puppy, dat bij een volwassen hond om voedsel bedelt. U stelt zich dus onderdanig op.

 

HET AAIEN VAN BORST EN BUIK

Deze manier van aaien is voorbehouden aan honden die beloont dienen te worden of om de hond te verzekeren van de steun van de baas. De dominante hond zal hier erg van genieten, want het streelt zijn ego (soms zelfs een beetje te veel). Deze wijze van aaien aangevuld met aaien op het bovenste gedeelte van de hond, wordt vaak aanbevolen bij onzekere honden. Mocht u zo uw hond willen belonen, omdat deze wat onzeker is, zorg er dan voor dat uw arm voor de hond langs gaat en niet over de hond heen, dit wordt namelijk alsnog gezien als een dominant gebaar van een ranghogere. Bij juist dominante honden of honden die de aanmoediging niet zo duidelijk nodig hebben, kunt u beter wel de arm om de hond heen leggen om hem zo op de borst te kunnen belonen.

 

HET AAIEN OP DE AANGEBODEN BUIK

Uw hond ligt met vier poten in de lucht en toont hierbij een traditionele positie van onderworpenheid, zoals hij dat zou doen voor een dominante hond. U dient zijn houding te aanvaarden en daarbij kunt u zijn kwetsbare buik aaien. Dit betekent: "Oké, we hebben elkaar begrepen".

 

PAS OP VOOR FOUTEN!

Door onwetendheid kunt u in vele valstrikken lopen, die onaangename reacties bij de hond kunnen oproepen. U neemt de hond bij het nekvel om uw ongenoegen te laten blijken over zijn gedrag. Veel honden gaan bij deze vorm van straf al gillen om te zeggen: "Ik heb bet begrepen! Stop nu maar"! Als u de hond bij het nekvel pakt, ga dan niet schudden. In de ogen van de hond dreigt u met de dood. Immers, de wilde varianten van onze huishond maken zo hun prooi dood. Pak daarom nooit een pup of een wat oudere hond op bij zijn nekvel. Iets wat bij katten heel normaal is - de moederkat pakt haar kitten op bij het nekvel - wordt door de hond ervaren als een straf en hiermee dwingt u de hond om zich onmiddellijk over te geven. Stel dat u uw hond over de kop aait. Vervolgens neemt u hem voorzichtig bij de voorpoten en legt deze op uw schouders met het oog op een knuffel of om oogcontact te krijgen. Uw hond moet u beschouwen als zijn baas. U begaat hier een grote fout. De arme hond snapt niks meer van u en voelt zich brutaal verstoort. Voor de hond betekent dit: "eerst aaide hij me over mijn kop, om me er aan te herinneren dat hij de baas is en daarna legt mijn poten op zijn schouders om te vertellen dat hij de onderworpene is! Hij was de baas en nu moet ik de orders uitdelen". Nog een voorbeeld: u bent bijzonder boos op uw hond en laat dat weten door de onderkant van zijn kop vast te pakken en hem te dwingen u aan te kijken, terwijl u hem ferm toespreekt. Iets wat bij kinderen ook wet eens gebeurt en waarbij de ouder vaak zegt dat het kind de vader of moeder goed moet aankijken om goed te kunnen luisteren en om het kind te leren dat het een normale menselijke omgangsvorm is. Wat wil de hond als hij gedwongen wordt om diegene aan te kijken die hem een uitbrander geeft?. Die wil u helemaal niet aankijken! Het weet dat hij dat recht niet heeft om U aan te staren en wil daarom het liefst wegkijken om u te laten weten dat u zijn absolute baas bent. Bovendien bent u tegenstrijdig, want u heeft immers de onderkant van zijn kop beet, wat voor de hond juist een vriendelijk, niet dominant gebaar is. Al deze fouten zouden ongewenste represailles kunnen veroorzaken. Probeer dit te voorkomen door u te verplaatsen in de hond en uw eigen gedrag in hondentaal te vertalen. Honden kunnen het mensengedrag niet leren, andersom wel. Houdt u hier rekening mee en uw hond zal dit alles belonen met zijn eigen "knuffels", grote likbeurten, zoals hij van zijn moeder heeft geleerd toen hij nog een puppy was.

 

Dit artikel is eerder verschenen in onder andere het clubblad van de NTC, kynologenclub Neder-Veluwe, kynologenclub Noord-West Veluwe en kynologenclub Zeist e.o.

 

Rasbeschrijving van de Teckel

Rasbeschrijving van de Teckel

 

Teckels hebben de naam zeer schrander en eigenzinnig te zijn. Welnu, dat klopt!

Ze zijn slim en vindingrijk en zeer aanhankelijk jegens de baas. Ze zijn buitengewoon waaks en hebben een moedig en nieuwsgierig karakter. In tegenstelling tot veel andere hondenrassen zoeken teckels heel bewust oogcontact. Zij lezen als het ware wat er in hun mensen omgaat, waardoor een bijzondere binding ontstaat.
Teckels kunnen - om hun zin door te drijven - geweldig komedie spelen. Zij hebben een groot gevoel voor humor en stellen het op prijs de lachers op hun hand te hebben. Maar ze kunnen ook snel beledigd zijn en dan kan het lang duren vooraleer de baas weer in genade aangenomen wordt.

Van nature laat de teckel zich graag gelden en men moet er dus alert op zijn de baas te blijven. Geef een teckel een vinger en hij neemt de hele hand.

Daarom mag u geen slaafse gehoorzaamheid van dit ras verwachten, want de teckel zal tot zijn laatste levensdag blijven proberen het laatste woord te hebben. U kunt hem echter wel degelijk onder appèl krijgen. Het duurt alleen iets langer en u zult wat meer geduld moeten hebben dan bij andere rassen het geval is.

Teckels zijn jachthonden met een dikwijls felle jachtpassie en dat is tevens de oorzaak van het eigenzinnige karaktertrekje dat in iedere teckel huist.

Al vele honderden jaren lang werden teckels gebruikt voor de jacht op vossen en dassen (vandaar de ietwat ouderwetse benaming Dashond)!

De hond werd daartoe in de vossenburcht gezet en moest op eigen initiatief het karwei klaren. Daar is een flinke portie moed, doorzettingsvermogen en slimheid voor nodig. Deze eigenschappen zijn door de eeuwen heen in het ras doorgefokt, vandaar dat de zelfstandigheid en eigen inbreng van de teckel zo dikwijls voor "eigenwijs" wordt aangezien. Ook heden ten dage wordt er nog steeds met teckels gejaagd, zowel op ondergronds als bovengronds wild. U begrijpt daar wel uit dat u geen troetelig dameshondje in huis haalt, maar een sterke gespierde hond met een enorm uithoudingsvermogen en een markant karakter. Het jachtinstinct wil nog wel eens moeilijkheden opleveren, waardoor men de hond met veel jachtpassie niet of nauwelijks los kan laten lopen in het vrije veld. Doet men dit wel, dan gebeurt het meer dan eens dat de teckel verdwijnt en zich urenlang niet laat zien. U zult in een dergelijk geval moeten blijven wachten tot het de teckel belieft terug te komen. Straffen heeft weinig zin, want de volgende keer is de jachtpassie weer sterker dan uw straf of boze woorden. Aangelijnd houden is de boodschap!

Teckels kunnen heel oud worden, maar het is algemeen bekend dat de lange rug van deze honden hun kwetsbare punt is. Laat ze niet hoog springen en geen trappen lopen; zorg er vooral voor dat uw hond niet te dik wordt, daar de rug van een slanke hond minder zwaar belast wordt dan van een dikke. Dat kan moeilijkheden opleveren, daar de teckel zoals iedere werkhond een onverzadigbare eetlust heeft. U zult moeten leren daar niet aan toe te geven.

Wegens de kwetsbare rug is het beter de pup uit de handen van heel jonge kinderen te houden, daar deze nogal eens de neiging hebben om met het kleine hondje te slepen en te sjouwen, waardoor schade aan de wervelkolom kan ontstaan (maar in wezen geldt dit voor ieder hondenras!).

Teckels kunnen uitstekend met hun soortgenoten overweg. Andersoortige huishonden en katten worden wel geaccepteerd, maar dit gaat beter als zij er van jongs af aan mee opgroeien. Knaagdieren en vogels zult u achter tralies moeten houden, daar ze op het jachtinstinct van de teckel werken. Natuurlijk bevestigt de uitzondering de regel, wij spreken hier in het algemeen.

Teckels worden gefokt in drie verschillende maten en haarvariëteiten, waardoor er in totaal 9 soorten bestaan.

De grootste is de Standaard teckel, die een borstomvang heeft vanaf 35 cm. tot een niet nader vastgelegde maat. Het gewicht kan variëren tussen 9 à 10 kilo.

Het middelste type is de Dwergteckel, die een borstomvang heeft van 30 tot 35 cm, waarbij het gewicht varieert tussen de 5 en 7 kilo.

Tenslotte is er het kleinste slag en dat is de zgn. Kaninchenteckel, die een borstomvang heeft tot 30 cm en een gewicht dat schommelt tussen de 4 en 5 kilo.

De verschillende haarvariëteiten zijn als volgt:

De KORTHARIGE Teckel die de volgende kleuren kan hebben: black and tan (d.i. zwart met geelbruine aftekening aan snuit en poten), chocoladebruin, roodbruin en getijgerd (d.i. een onregelmatig vaag vlekkenpatroon). De korthaar is de oervorm van de teckel en heeft dientengevolge de meest rastypische eigenschappen. Deze honden zijn buitengewoon zachtaardig, lief en aanhankelijk voor het eigen gezin, maar tegenover vreemden kunnen zij wel eens gereserveerd zijn. Indien zij met kinderen opgroeien worden deze uitstekend geaccepteerd, maar het kan moeilijker zijn, indien de hond er op oudere leeftijd voor het eerst mee geconfronteerd wordt. Dit soort teckels is zo aanhankelijk dat zij ook thuis de baas/vrouw vaak op de voet blijven volgen.

Qua uiterlijk een robuuste, goed gespierde verschijning die gezien zijn zeer korte beharing niets te verbergen heeft en bijzonder makkelijk is in het onderhoud.

De LANGHARIGE Teckel heeft halflang sluik haar met lange bevedering aan de oren, de achterzijde der poten, onder- en voorborst, alsmede een fraaie pluimstaart. De kleuren zijn hetzelfde als bij de korthaar, maar daarbij komt nog de kleur diep kastanjerood. Deze variëteit is ontstaan door kortharige teckels te kruisen met spaniëls en Ierse setters, vandaar de laatstgenoemde kleur. In grote lijnen kan men stellen dat de langhaar teckel de zachtaardigste is van de drie soorten. Zij kunnen goed met kinderen overweg en ook tegenover vreemden stellen zij zich vriendelijk op.

Door de fraaie diepglanzende beharing is dit een chique elegante hond, duidelijk de aristocraat onder de teckels.

Zij moeten regelmatig geborsteld worden en de lange haren goed doorgekamd met het oog op klitvorming.

De RUWHARIGE Teckel behoort een stekelige vacht te hebben met een flinke baard en wenkbrauwen. Het is bij jonge pups moeilijk te zien hoe de beharing zich gaat ontwikkelen, maar het is wel een feit dat de meest wollige pup uit het nest dikwijls een hond wordt met een te overdadige en zachte vacht.

Meestal zijn de ruwharen wildkleurig, maar er komen - zij het sporadisch - eveneens black and tan, rode en chocoladekleurige honden voor. De ruwe beharing is ontstaan door kortharige teckels te kruisen met de Dandie Dinmont- en andere Terriërs. Goede gezinshonden, ook bij kinderen. Dit is tevens de soort teckel die het meest voor de jacht gebruikt wordt.

Zij moeten doorgaans tweemaal per jaar getrimd oftewel geplukt worden.
Voor het dagelijks onderhoud dienen zij regelmatig goed geborsteld te worden met een harde haren borstel en een grove kam. (Gebruik nooit een borstel met metalen haakjes of punten en evenmin een te fijne (stof)kam. Hierdoor wordt de vacht schade berokkend!

Rasstandaard Dashond - Vertaling door Dick Rutten

Rasstandaard Dashond

Vertaling door Dick Rutten

FCI - Standaard Nr.148 / 9.05.2001 / D

 

DASHOND

 

Oorsprong: Duitsland

 

Datum van publicatie van de geldige originele standaard: 13 - 3 - 2001.

 

Gebruik: Jachthond voor boven en onder de grond.

 

Klasse indeling FCI: Groep 4, Dashonden met werkproef.

 

Kort geschiedkundig overzicht:

De Dashond, ook wel Dackel of Teckel genoemd, is bekend sinds de middeleeuwen. Uit brakken werden lopende honden gefokt die speciaal voor de jacht onder de grond geschikt waren. Uit deze kortbenige honden, werd de Teckel gekristalliseerd, die bekend staat als een der meest veelzijdige jacht- gebruikshonden- rassen. Hij laat uitstekende prestaties zien bovengronds bij het luid op spoor jagen, het opstoten van het wild en het zweetwerk.

De oudste rasvereniging voor Teckels is de Duitse Teckel Club, erkend en opgericht in 1888.

De Dashond wordt sinds vele decennia gefokt in 3 verschillende groottes ( dashond, dwergdashond en kaninchendashond en in 3 verschillende haar variëteiten ( korthaar, ruwhaar en langhaar).

 

Algemene verschijningsvorm:

Lage, kortbenige, lang gestrekte, maar compacte gestalte, zeer gespierd, met driest uitdagende hoofdhouding en attente gezichtsuitdrukking. Geslachtstypisch totaalbeeld. Ondanks de in verhouding tot het lange lichaam korte ledematen zeer beweeglijk en vlug.

 

Belangrijke proporties:

Bij een bodemafstand van ongeveer eenderde van de schofthoogte, moet de lichaamslengte in harmonische verhouding staan tot de schofthoogte van ongeveer 1 op 1,7 tot 1,8.

 

Gedrag en karakter:

Vriendelijk van aard, noch angstig, noch agressief, met een evenwichtig temperament.

Een gepassioneerde, vasthoudende, flinke jachthond met een fijne neus.

 

Hoofd:

Langgestrekt, van boven en opzij gezien gelijkmatig tot de neusspiegel smaller wordend, echter niet puntig.

Wenkbrauwbogen duidelijk uitkomend. Neuskraakbeen en neuspunt lang en smal.

 

Bovenschedel:

Eerst vlak, geleidelijk met slechts weinig aangeduide stop verlopend naar de licht gewelfde neusrug.

 

Stop:

Alleen aangeduid.

 

Aangezicht schedel:

Neusspiegel goed ontwikkeld.

 

De vang:

Lang, voldoende breed en sterk. Ver te openen, tot ter hoogte van de ogen gespleten.

 

Lippen:

De lippen zijn strak gespannen, de onderkaak goed bedekkend.

 

Kaken/gebit:

Sterk ontwikkelde boven en onderkaak.

Schaargebit, gelijkmatig en goed sluitend. Ideaal is een compleet gebit met 42 tanden, overeenkomstig de tand formule met krachtige, juist in elkaar grijpende hoektanden.

 

Ogen:

Middelgroot, ovaal, goed uit elkaar liggend, met heldere, energieke en toch vriendelijke uitdrukking, niet stekend. Kleur glanzend donkerroodbruin tot zwartbruin, bij alle haarkleuren van de hond. Glas -, vis -, of parelogen bij gevlekte honden zijn niet gewenst, echter wel te tolereren.

 

Behang:

Hoog, niet te ver naar voren aangezet, voldoende maar niet overdreven lang, afgerond, niet smal, puntig of geplooid. Beweeglijk, met de voorste rand dicht tegen de wang aanliggend.

 

Hals:

Voldoende lang, gespierd, strak aanliggende keelhuid; licht gewelfde nek, vrij en hoog gedragen.

 

Lichaam.

 

Bovenbelijning:

Harmonisch verlopend van de hals naar het licht afvallende kruis.

 

Schoft:

Uitgesproken.

 

Rug:

Na de hoge schoft is het verloop van de verdere borstwervels recht of met een lichte welving naar achter verlopend. Sterk en goed bespierd.

 

Lendenen:

Krachtig bespierd, voldoende lang.

 

Kruis:

Breed en voldoende lang. Licht afvallend.

 

Borst:

Borstbeen goed geprononceerd en zo sterk vooruitspringend, dat aan beide zijden kuiltjes zichtbaar zijn. De borstkas is van voren gezien ovaal, van boven en opzij gezien, zeer ruim. Ze biedt aan hart en longen ruimte voor ontplooiing, ver naar achteren opgeribt.

Bij een goede lengte en hoekingen van het schouderblad en de opperarm, bedekt de voorpoot van opzij gezien het diepste punt van de borst.

 

Onderbelijning en buik:

Licht opgetrokken.

 

Staart:

Niet te hoog aangezet, in het verlengde van de ruglijn gedragen. In het laatste derde deel van de staart is een lichte kromming toegestaan.

 

Ledematen.

 

Voorhand.  

 

Algemeen:

Sterk gespierd, goed gehoekt, van voren gezien droge, rechte voorbenen met goed sterk bot en recht naar voren gerichte voeten.

 

Schouders:

Zichtbaar gespierd. Lang, schuin liggend schouderblad, vast tegen de borstkas aanliggend.

 

Opperarm:

Van gelijke lengte als het schouderblad, nagenoeg in een rechte hoek hiermee staand, sterk van bot en goed gespierd, tegen de ribben aanliggend, maar vrij in beweging.

 

Ellebogen:

Niet naar binnen noch naar buiten draaiend.

 

Onderarm:

Kort, echter wel zo lang dat de bodemafstand van de hond zowat eenderde van de schofthoogte bedraagt. Zo recht mogelijk.

 

Voorvoetwortelgewrichten:

De voorvoetwortelgewrichten staan wat dichter bij elkaar dan de schoudergewrichten.

 

Voor- middenvoet:

De voor middenvoet mag, van opzij gezien niet steil, noch opvallend naar voren gericht zijn.

 

Voorvoeten:

Goed tegen elkaar liggende tenen, goed gewelfd, met krachtige eeltkussens en korte, sterke nagels.

De vijfde teen heeft geen functie maar hoeft niet te worden verwijderd.

 

Achterhand.  

 

Algemeen:

Sterk gespierd, in goede verhouding met de voorhand. Knie en sprong gewrichten sterk gehoekt, achterbenen parallel, niet nauw, noch wijd uit elkaar staand.

 

Bovenbeen:

Moet van goede lengte en sterk gespierd zijn.

 

Kniegewricht:

Breed en sterk met uitgesproken hoekingen.

 

Onderbeen:

Kort, bij benadering een rechte hoek vormend met het bovenbeen, goed gespierd.

 

Spronggewricht:

Krachtig bespierd en droog.

 

Achter-middenvoet:

Relatief lang, beweeglijk ten opzichte van het onderbeen, licht naar voren gebogen.

 

Achtervoeten:

Vier strak tegen elkaar liggende tenen, goed gewelfd. Vol op de krachtige zolen rustend.

 

Gangwerk:

De beweging moet ruim uitgrijpend, vloeiend en energiek zijn, met ruime, dicht bij de bodem liggende passen, krachtige stuwing en een licht veerkrachtige overbrenging naar de ruglijn. De staart moet daarbij in harmonische verlenging van de ruglijn, licht afvallend, gedragen worden. In actie zijn voor- en achterhand parallel uitgrijpend.

 

Huid:

Strak aanliggend.

 

Kortharige Dashond.

Haar:

Kort, dicht en glanzend, glad aanliggend, vast en hard, nergens onbehaarde plekken tonend.

 

Staart:

Fijn en vol, maar niet rijkelijk behaard. Wat langere haren (grannen) aan de onderzijde van de staart is niet fout.

 

Kleur:

A: Eenkleurige:

Rood, roodgeel, geel, alles met of zonder zwarte sticheling. Zuivere kleur gaat voor en rood moet boven roodgeel en geel worden gesteld. Ook sterk zwarte gestichelde honden horen hierbij en niet bij de anders gekleurde. Wit is niet gewenst, maar een enkele vlek is niet uitsluitend. Neus en nagels zwart; roodbruin is ook toegestaan, maar niet gewenst.

 

B: Tweekleurige:

Diepzwart of bruin, ieder met roestbruine of gele aftekening (brand) boven de ogen, aan weerszijde van de mond, aan de onderlip, aan de binnenkant van het behang, aan de voorborst, aan de binnen en achterkant van de benen, aan de voeten, om de anus en van daar af tot eenderde of de helft van de onderkant van de staart. Neus en nagels bij zwarte honden zwart, bij bruine honden bruin. Wit is niet gewenst, maar een op zichzelf staande kleine vlek is niet diskwalificerend. Een te sterk verspreide brand is niet gewenst.

 

C: Gevlekt (getijgerd, gestroomd):

De grondkleur is altijd de donkere kleur (zwart, rood of grijs). Gewenst zijn onregelmatige grijze maar ook beige vlekken (niet gewenst zijn grote platen). De donkere noch de lichte kleur mag overheersen. De kleur van gestroomde teckels is rood of geel met donkere stroming. Neus en nagels als bij een- en tweekleurige.

 

Ruwharige Dashond.

Haar:

Met uitzondering van de vang, wenkbrauwen en oren, op het hele lichaam van onderwol voorzien, volkomen gelijkmatig aanliggend, dicht, draadachtig dekhaar. Aan de snuit toont zich een uitgesproken duidelijke baard. De wenkbrauwen zijn borstelig. De oren zijn korter behaard dan het lichaam, bijna glad.

De staart goed en gelijkmatig, strak aanliggend behaard.

 

Kleur:

Overwegend licht tot donker wildzwijnkleurig alsook de kleur van droge bladeren. Verder geldt hetzelfde als voor de kleuren beschreven bij de korthaar a-c.

 

Langharige Dashond.

Haar:

Het van onderwol voorziene, sluike, glanzende haar, aan het lichaam aanliggend, verlengd zich onder de hals en aan de onderzijde van het lichaam, hangt aan de oren over, toont aan de achterkant van de benen een duidelijk langere beharing (bevedering ), bereikt de grootste lengte aan de onderkant van de staart en vormt daar een complete vlag.

 

Kleur:

Hierbij geldt hetzelfde zoals bij de Korthaar beschreven onder a) tot c).

 

Grootte en gewicht.

 

Standaard dashond:

Borstomvang boven de 35 cm. Bovengrens gewicht ongeveer 9,0 kg.

 

Dwergdashond:

Heeft een borstomvang van 30 tot 35 cm, op een leeftijd van tenminste 15 maanden gemeten.

 

Kaninchendashond:

Heeft een borstomvang tot 30 cm, op een leeftijd van tenminste 15 maanden gemeten.

 

Fouten:

Alle afwijkingen van boven genoemde punten moeten als fout aangerekend worden, de kwalificatie moet in verhouding staan met de graad van de afwijking.

De M3 (Molaren 3) worden bij het keuren buiten beschouwing gelaten.

Het ontbreken van twee PM1 (Premolaren 1) is niet als fout te waarderen.

Het ontbreken van een PM2 is als fout te waarderen, als behalve de M3, geen andere tanden ontbreken, dus een afwijking van een correct sluitend schaargebit zoals b.v. het tanggebit.

 

Zware fouten.

*Zwakke, hoogbenige of over de grond slepende gestalte.

*Andere gebitsfouten als onder fouten respectievelijk, uitsluitende fouten, beschreven.

*Glasogen bij andere dan gevlekte honden.

*Puntige, erg gevouwen oren.

*In de schouders hangend lichaam.

*Zadelrug, karperrug.

*Zwakke lendenpartij.

*Overbouwd zijn ( het kruis is hoger dan de schoft).

*Te zwakke borstkas.

*Windhondachtige opgetrokken flanken.

*Slecht gehoekte voor- of achterhand.

*Smalle, slecht bespierde achterhand.

*Koehakkig of 0 benig.

*Binnenwaarts of te ver naar buiten gedraaide voeten.

*Spreidtenen.

*Moeilijke, onbeholpen, schommelende gang.

 

Fouten beharing.

 

Korthaar- dashond:

*Te fijne, dunne beharing, kale plekken op de oren (leder oren), of andere kale plekken.

*Te grof en al te rijkelijke beharing.

*Borstelige staart.

*Gedeeltelijke of geheel onbehaarde staart.

 

Ruwhaar - dashond:

*Te zacht haar, te kort of te lang.

*Lang haar, naar alle kanten van het lichaam uitstaand.

*Krullend of golvend haar.

*Zacht haar aan het hoofd.

*Staart met vlag.

*Het missen van baard.

*Het missen van onderwol.

*Kortharigheid.

 

Langhaar - dashond:

*Aan heel het lichaam gelijkmatig lange beharing.

*Te sterk gegolfd of ruwhaar.

*Het missen van vlag aan de staart.

*Het missen van overhangend haar aan de oren.

*Kortharigheid.

*Een sterke scheiding van het haar op de rug.

*Te langhaar tussen de tenen.

 

Uitsluitende fouten:

*Angstige of agressieve dieren.

*Ondervoor en bovenoverbijters, kruisgebit.

*Verkeerde stand van de hoektanden in de onderkaak.

*Ontbreken van een of meerdere Canini of van een of meerdere Incisivi.

*Ontbreken van meer tanden (Premolaar of Molar).

Uitzondering: De onder fouten genoemde twee PM1, een PM2 zonder M3 in aanmerking te nemen.

*Afgezet borstbeen.

*Alle staartfouten.

*Zeer losse schouders.

*Knikken in front (voorvoetwortel-gewrichten).

*Zwarte kleur zonder brand; witte kleur met of zonder brand.

*Andere kleuren dan onder kleuren genoemd.

 

N.B.:

Reuen moeten twee duidelijk normaal ontwikkelde teelballen tonen, die compleet in het scrotum zijn ingedaald.